Alle organisatoren van acties en campagnes moeten hun stem laten horen. Ze moeten vergaderingen voorzitten en toespraken houden tijdens bijeenkomsten en demonstraties. Met een goede toespraak kun je het publiek inspireren. Een goede toespraak kan ervoor zorgen dat je zaak duidelijk en doelmatig in het nieuws komt en dat mensen bereid zijn om geld te geven voor je campagne.
Je kunt een goede toespraak houden als je een aantal basisregels volgt:
Je moet weten wie jouw publiek is en wie je doelgroep is. Het publiek is de hele groep mensen die naar de bijeenkomst komt. Jouw doelgroep zijn die mensen in het publiek die je vooral wilt bereiken, die je wilt overtuigen en enthousiasmeren. Een paar voorbeelden:
Soms wil je in een toespraak vooral de twijfelaars overhalen tot jouw standpunt. In de zaal zijn er altijd mensen die het al met je eens zijn, mensen die het met je oneens zijn en mensen die twijfelen. Ze zijn allemaal het publiek, maar je doelgroep zijn de mensen die twijfelen. Voor hen ga je jouw toespraak voorbereiden.
Je wilt geld inzamelen. Je gaat naar een bijeenkomst waar je weet dat mensen van bepaalde organisaties aanwezig zullen zijn die jouw actie zouden kunnen financieren. Je houdt een toespraak waarbij je je vooral richt op die organisaties: wat is hun belang? Wat is hun behoefte? Daaraan moet je je toespraak aanpassen. Wat heeft jouw doelgroep nodig om te weten om voor jou aan de slag te gaan?
Pas je toespraak aan aan de kennis en het taalniveau van het publiek en je doelgroep.
Het herhalen van een aantal sleutelzinnen en de kern van de boodschap helpt je om de boodschap duidelijk over te brengen. In een toespraak van drie kwartier kun je de kern van je boodschap zeker drie tot vier keer herhalen. Soms heb je dan het idee dat je veel te veel aan het herhalen bent, maar voor de luisteraar voelt het anders. Door het herhalen van de kernboodschap houd je de aandacht vast en help je je publiek om te blijven luisteren.
Ken de feiten van het onderwerp. Onderzoek het onderwerp van je toespraak en verzamel cijfers of feiten die het onderwerp concreet maken. Ook als je die cijfers uiteindelijk niet gebruikt voor de toespraak, moet je ze toch kennen. Het publiek kan er immers vragen over stellen.
Voeg een persoonlijk tintje toe aan je toespraak. Vertel een persoonlijke anekdote of gedachte. Dat maakt de toespraak aantrekkelijk voor het publiek. Mensen zullen zich dan beter met je verhaal identificeren.
De eerste en de laatste zin: De eerste zin van jouw toespraak is cruciaal. Daarmee moet je de aandacht van het publiek te pakken krijgen. Sommige mensen adviseren om te beginnen met een schokkend feit of statistiek. Je zou ook kunnen beginnen met een bod dat je maakt aan je 'tegenstander' (de overheid, een bedrijf, enzovoorts.) Aan het einde van je toespraak moet je een samenvatting geven van de belangrijkste punten. Onze tip is om niet te eindigen met 'Concluderend…' want dan stopt iedereen met luisteren. Het is beter om te eindigen met een vraag of met een positieve visie over de mogelijkheid om op korte termijn dingen te veranderen.
Oefenen: Elke persoon heeft verschillende manieren om zich voor te bereiden. Als je zenuwachtig bent, ga dan in een kamer alleen oefenen. Je kunt de toespraak helemaal uitschrijven en vaak oefenen zodat je hem helemaal uit je hoofd kent. Bij de echte toespraak hoef je dan maar af en toe in je papieren te kijken.
Andere mensen willen liever de toespraak voorbereiden aan de hand van de argumenten van de tegenstanders. Dat kan ook. Het is in ieder geval altijd nodig om je voor te bereiden op de vragen en opmerkingen van tegenstanders. Zorg dat je van tevoren weet welke opmerkingen je kunt krijgen.
De tijd: Controleer bij het oefenen hoe lang de toespraak is. Als het te lang is, loop je het risico dat je publiek zich gaat vervelen.
De locatie: Het is altijd prettig om van tevoren de locatie te bezoeken waar je gaat praten. Dan weet je hoe groot de zaal is en hoe je je stem zult moeten gebruiken, hoe dicht je bij het publiek zal staan of juist hoe ver weg. Zoek uit waar de beamer en de laptop staan (als je die gebruikt) en zoek uit of je snapt hoe alle apparaten werken die je nodig hebt. Zorg van tevoren dat alles werkt.
Er zijn ook dingen die je in elk geval niet moet doen bij een toespraak:
Irrelevante informatie geven: je toespraak heeft pas effect als het gericht en to the point is.
Gebrek aan oogcontact: zorg dat je verschillende mensen in de zaal echt aankijkt. Niet alleen mensen vlak voor je, maar ook links en rechts. Eigenlijk moet je tijdens je toespraak iedereen een paar seconden rustig aankijken.
Alles alleen maar voorlezen: niemand gelooft dan nog dat je zelf gelooft in wat je zegt.
Slecht geluid: zorg dat je goed te horen bent, met of zonder microfoon. Dat doe je door de locatie vantevoren te bezoeken. Maar ook aan het begin van de toespraak. Vraag aan je publiek of je verstaanbaar bent.
Onverschilligheid: ben enthousiast over je kwestie.
Te lang praten: als je je verhaal niet bondig houdt, verslapt de aandacht van je publiek.
Ga terug naar 'Hoe vind je medestanders?' of ga door naar: